de hel is je partner tijdens een break-up
24 uur lang dezelfde scène. Ik vroeg me af hoeveel iteraties ik zou volhouden. Was het niet gewoon een gimmick? Mijn twijfel bleek nergens voor nodig: acht uur later hoorde ik mijn eigen stem, verslaafd als aan een platte Netflix sitcom, fluisterend: ‘allez, nog eentje’. ‘The Second Woman’ is een beklijvende, verslavende totaalervaring die het publiek meeneemt in een analyse van de break-up en welke blikken daarin meespelen. En dat publiek is gul, aanwezig en luid: theatre is so back baby. Tijdens mijn acht uur ‘The Second Woman’ sprak ik met meer onbekenden dan tijdens een doorsnee foyer gesprek. De voorstelling is dus niet alleen verslavend, maar ook verbindend. Wat we zien nodigt uit tot reflectie, in felle reacties, lachstuipen en kleine gesprekjes tussen de scènes door.
Heerlijk analytisch keken we samen naar een door mesh omgeven kubus met een Lynchiaanse inrichting. Een kamer: rood fluwelen tapijt, wat stoelen, een rond tafeltje, een wandkast met een radio en een klein fauteuil. Op een van die stoelen zit een dame met koket platinablond kapsel en een rood satijnen mantelpak, haar handen tussen haar benen, blik op oneindig. In 2016 lanceerden de Australische Nat Randall en Anna Breckon het concept voor het eerst: elke tien minuten ontvouwt zich ongeveer dezelfde dialoog, die naast de mesh kubus in live gemonteerde close-ups te zien is. De tegenspelers worden gecast via een open call en bestaan zowel uit niet-professionele en professionele spelers: eender wie die zich geroepen voelde om voor tien minuten gedumpt te worden door Natali Broods’ Virginia is welkom. In dit liminale vagevuur van eindigende relaties is de dumping omfloerst. ‘Ik verdien u niet’ begint ze telkens. Is dat zo, of bespeelt Virginia bewust de knoppen der irritatie waardoor je lief het aftrapt?
De scène is zo simpel als ze sterk is. ‘Martin’ wandelt binnen terwijl Virginia melancholisch uit een raam staart. Die verontschuldigt zich en Virginia vraagt hoe het gaat. Ze drinken iets, eten een potje takeaway-noedels tot Virginia oppert dat ze Martin niet verdient. Maar ook dat ze twijfelt aan Martins appreciatie: vindt Martin Virginia genoeg? Vindt Martin Virginia intelligent? Wanneer de antwoorden van de tegenspeler tekort schieten – zoals ze telkens weer doen – gooit Virginia haar noedels op de tegenspeler en begint ze te dansen. Het koppel danst, tot ook dat uit de hand lijkt te lopen en Virginia Martin vraagt om weg te gaan. Waarop die kiest tussen ‘ik heb altijd van je gehouden’ of ‘ik heb nooit van je gehouden’.
De geschreven tekst en gescripte acties zijn glashelder in hun referentie naar bekend materiaal, maar zijn open van aard. Vatbaar voor interpretatie, verandering: wanneer Virginia danst kan dat een wanhopige verleiding zijn, of een terugkeer naar zichzelf. Het is aan het duo in kwestie om betekenis te geven, terwijl een luid publiek hun goed- of afkeuring duidelijk laat horen. En dat 100 keer opnieuw. Als ik tijdens mijn dramalessen ooit nog van zeurende leerlingen te horen krijg dat ze een scène na drie keer repeteren wel beet hebben, verwijs ik graag naar deze tour de force.
Theatertecgnisch is ‘The Second Woman’ een bewijs van het gesamtkunstwerk dat theater is. Niet de acties, niet de tekst, niet het verhaaltje bepalen de beleving. Het is de unieke samenkomst van spelers, publiek en de reacties die we op elkaar hebben die leiden tot betekenis. Al lijkt die betekenis vooral te verwijzen naar de verstikking van een patriarchale beeld- en datingcultuur.
De combinatie van Broods’ kostumering, de scenografie en de close-up beelden rechts van de scène, roept moeiteloos de cinema van John Cassavetes of David Lynch op, waar neurotische Virginia’s rond paradeerden. Knappe, kokette dames bij wie de esthetische perfectie haaks stond op de woelige binnenwereld die de crux van de film zou vormen. Een beheerste esthetiek voor een vrouw vol donker verlangen en onvrede. Waar die inzichten ooit misschien baanbrekend en bevrijdend waren, leggen ze na decennia aan feminisme de verkeerde focus. De mesh kamer en de relatie die erin plaatsvindt is nu een kooi waarin een vrouw gevangen zit. In de blik van hun mannelijke partner. Wat is het toch aan relaties tussen mannen en vrouwen – Martins en Virginia’s – dat die hysterie veroorzaakt?
The Second Woman onderzoekt die vraag door niet het personage, maar de interactie centraal te stellen waarin Broods’ Virginia gevangen zit. Met elke tegenspeler die de kamer binnenwandelt, verschuift de scène. Sommigen geven extra backstory in kleine monoloogjes, anderen zoeken meer of minder fysieke intimiteit. De context van de relatiebreuk is veelvormig en veranderlijk, maar Broods kan enkel haar eigen tekst brengen. Vergeet een speler een stukje, dan wacht ze zo geduldig als een mens kan in een 24 uur durende marathon. Daarbij hanteert ze het dubbele instrument van de glimlach. Soms uitnodigend, soms bijna spottend, staart ze haar twijfelende tegenspelers uit met een brede, bijna manische glimlach – die ze volhoudt tot haar tegenspeler tot de volgende actie overgaat. Ook de uncanny look die Broods heeft zorgt ervoor dat je bij momenten het gevoel krijgt dat Virginia’s partners vooral met zichzelf in onderhandeling gaan. Wanneer ze zich omdraait en de platinapruik protserig op het rode mantelpakje staat, lijkt ze wel een soort robot. Een pop, gevangen in een zoektocht naar resolutie voor 100 partners.
In die gevangenis van eindeloze herhaling komen de grootste inzichten net door de hoeveelheid participanten. Broods speelt fenomenaal, maar is vooral de nulgraad. Ze legt de krijtlijnen van een speelveld waarin de deelnemers willens nillens een waarheid tonen. In de improvisaties en lichaamstaal verraden ze iets over zichzelf en daarmee ook iets over hoe vrouwen als Virginia in een liefdesrelatie worden gezien. Wanneer ze ‘sorry’ zeggen, voegen veel participanten een vergoelijking toe voor het brute gedrag van hun personage: ‘Maar je maakte me echt boos’. Wanneer ze een resem complimenten mogen improviseren, start bijna iedereen met ‘je bent zo mooi’. En wanneer de scène eindigt, met noedels op de vloer en glazen op verschillende tafels, is het Broods die mag opruimen. In de acht uur die ik observeerde was er maar één tegenspeler die de moeite nam om in de scène wat op te ruimen – waarop het publiek ontroerd kirde.
De close-up montage doet de scène er glamoureuzer uitzien. Het is alsof het stuntelen en zoeken daar verdwijnt. Neem de dansscene. De tegenspeler komt steevast tegen Virginia aanschurken als in een club. Maar vanop de rug bekeken ziet dat er best potsierlijk uit. Tegelijkertijd tonen de close-ups vooral de gezichten in totale vervoering, Broods handen door het haar van de tegenspeler. Maar op scène zag ik vooral een ongemakkelijke wiebelende rug. Dat zegt iets over onze perceptie van romantische scripts en welke rol we erin opnemen. Na zeven uur kijken kwam een jonge man naast me zitten. Trots vertelde hij dat hij een paar uur eerder ook op het podium stond. Hij vertelde me hoe hij wilde dat Virginia zich veilig voelde bij Martin. Hij wilde deze vrouw redden. Hoewel het mij een lieve jongen leek, verraadde hij hierin iets over ons sociale script. Want hoe kun je denken dat je iemand kan redden, laat staan van zichzelf, laat staan in een scène van tien minuten? Het is een nobele inzet, maar ook een die de analytische kracht van de herhaling versterkt. Deze twee personages horen niet samen, en je hebt daar niks aan te veranderen. Hoezeer elke tegenspeler ook probeert om de scène te sturen, Broods heeft toch telkens alle controle.
Viernulvier nodigde niet enkel mannen, maar iedereen die geloofwaardig op Natali Broods zou vallen, uit als participant. In de originele versie waren het 100 mannen. Ik ben verre van een essentialist, maar toch merkte ik dat de queer vrouwen of non-binaire spelers me minder deden. De dialoog is net iets sappiger, meer verontwaardigend en frustrerend tussen een cis vrouw en een cis man omdat ze dynamieken blootlegt die eigen zijn aan het heteronormatieve script. Het is net in het botsen tegen het kader dat er interessante frictie ontstaat. Hoe gelukkig ik ook word van die inclusieve aanpak, is het net het verbreden van dat kader dat een deel van de ontmanteling deed verdwijnen. Maar ik was ook blij voor Virginia, in die momenten waarop het even leek alsof ze zich echt begrepen voelde.

